De zorg regionaliseren: Hoe doe je dat?

Drie nieuwe uitgangspunten

Wie eens een kijkje gaat nemen op de website dejuistezorgopdejuisteplek zal al snel onder de indruk raken van alle plannenmakerij rond regionale samenwerking. Minister Kuipers heeft in 1 ½ jaar tijd deze belangrijke beleidswijziging zichtbaar op de kaart gezet. Regionale samenwerking is hiermee, na decennia van concurrentie in diezelfde regio’s, op de bestuurlijke agenda terecht gekomen.

Intensief samenwerken leidt volgens alle spelers tot gezondere burgers, betere zorg en bespaart op personeel en zorgkosten.

Schurende belangen

Helaas, ons zorgstelsel is in de kern niet ingericht op deze regionale samenwerking. Concurrentie en landelijke kaders per domein zijn leidend. Met als gevolg dat goede regionale intenties blijven steken in veel overleg, grote plannen en de inhuur van consultants.

Vernieuwing is immers alleen mogelijk als individuele belangen niet worden geschaad. Dit leidt ertoe dat met name plannen die in het belang zijn van iedere speler een versnelling krijgen. Deze initiatieven leveren echter niet de wezenlijke veranderingen op voor domeinoverstijgende onderwerpen als passende zorg en preventie.

Heldere regionale besluitvorming bij schurende belangen blijft met de huidige inrichting zorgstelsel razend ingewikkeld bij vragen zoals: Wie doet meer en wie doet minder? Wat levert dit regionaal op? En wat moeten wij met concurrentie?

Aanpassingen in het zorgstelsel

Ons zorgstelsel ondersteunt een effectieve regionale samenwerking nu niet. Daarom is aanpassing noodzakelijk. Welke grote knelpunten kent het stelsel die de ontwikkeling naar regionale samenwerking tegenhouden? En hoe los je deze knelpunten op?  

Hieronder vind u een eerste aanzet met 3 nieuwe uitgangspunten voor ons stelsel.

3 belangrijke knelpunten resulterend in 3 nieuwe uitgangspunten

Knelpunt (1): Één regisseur in de regio ontbreekt

Als passende zorg en preventie werkelijk van de grond wil komen leidt dit tot regioplannen en jaarlijkse afspraken die steeds meer verweven met elkaar zullen zijn. Hier zien we echter een grote mismatch in afstemming en coördinatie. Iedere zorgverzekeraar, zorgkantoor, gemeente en zorgaanbieder maakt jaarlijks afspraken op landelijk en/of individueel niveau. Een regisseur voor de regio ontbreekt.

Probeer vanuit deze uitgangspositie nog maar eens regionaal inzicht te krijgen in de omvang van bijvoorbeeld voorgenomen zorgkostenreductie of beperking van inzet van zorgpersoneel in de regio.

Nieuwe uitgangspunt (1): Wijs één zorgverzekeraar aan als de regisseur voor de regio met een mandaat voor besluitvormende doorzettings-macht bij de vernieuwingsagenda. Deze regisseur is ook de enige gesprekspartner in de regio voor reguliere zorgcontractering (Zvw, Wmo en Wlz).

Knelpunt (2): Landelijke concurrentie leidt tot risico’s in de regio

Landelijke concurrentie staat successen op het gebied van onderlinge regionale samenwerking enorm in de weg. Door de spanning tussen landelijke concurrentie en regionale samenwerking ontstaat een haast paradoxale besluitvorming in de regio. In een markt van concurrentie moet een bestuurder nu altijd het belang van de individuele zorgverzekeraar of zorgaanbieder moeten laten prevaleren. De individuele en regionale belangenafweging schuurt bij wezenlijke verbeteringen naar passende en preventieve zorg.

Nieuwe uitgangspunt (2): Laat de beslissing omtrent concurrentie of samenwerking over aan de regionale partners (de overlegtafel). Het middel van concurrentie wordt in de regio alleen nog ingezet op gebieden met aantoonbare maatschappelijke meerwaarde.

Knelpunt (3): Regionale financiële kaders ontbreken

Hoe kunnen de regionale partners effectief hun verwachtingen en resultaten overzien als een financiële kaderstelling ontbreekt? Kaders voor de Zvw, Wmo en Wlz zijn apart van elkaar geformuleerd en worden regelgevend aangestuurd via landelijke betaaltitels. Deze landelijke betaaltitels zijn in zeer complexe financieringsmodellen uitgewerkt die veel starheid in het zorgsysteem opleveren. Gezien de gevoeligheden en de beperkte kennis van deze modellen kunnen aanpassingen jaren op zich laten wachten. Elke wezenlijke regionale vernieuwing wordt hiermee langdurig uitgesteld en in de kiem gesmoord (*).

Nieuw uitgangspunt (3): Drastische vereenvoudiging van de landelijke financiering, die zich voortaan richt op de regio in de vorm van populatiebekostiging. Regio’s krijgen daarbij de vrijheid in gebruik van landelijke en regionale betaaltitels voor financiering. Hiermee wordt regionale besluitvorming en passende bekostiging met elkaar in lijn gebracht. De vrijheid voor implementatie van regionale initiatieven krijgt zo een hoogstnoodzakelijke impuls.

(*) Een voorbeeld van deze traagheid van zo’n traagheid is de aanpassing van vergoedingen voor chronisch zieke patiënten in het risicovereveningsmodel. Ede aanpassing heeft 10 jaar op zich laten wachten, hetgeen tot uitwassen in de landelijke zorgverzekeringspolissen heeft geleid.